Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
Overschrijding van de redelijke termijn (…) leidt niet tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de strafvervolging, ook niet in uitzonderlijke gevallen. Regel is dat overschrijding van de redelijke termijn wordt gecompenseerd door vermindering van de straf, die zou zijn opgelegd indien de redelijke termijn niet zou zijn overschreden.”
4.De beoordeling van het bewijs
Geachte heer [verdachte] , wij verzoeken u om uitvoering van de werkzaamheden van het project Hoogveld te Sittard conform uw offerte d.d. 2 februari 2007, met een tarief van 3,5% van de aanneemsom, exclusief BTW. [medeverdachte]”. [23]
- een offerte voor werkzaamheden heeft gedateerd op 2 februari 2007;
- een notitie inhoudende een opdrachtbevestiging heeft gedateerd op februari 2007;
- een brief aan de verdachte heeft gedateerd 21 februari 2007;
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 1. en het onder 2. tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat aan hem onder 1. of onder 2. meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 5 zijn omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd, welk wordt gesteld op een periode van twee jaren, zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf voor de duur van
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen.