ECLI:NL:RBLIM:2020:1280
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen naheffingsaanslag parkeerbelasting wegens te late kentekenkoppeling bedrijfsparkeervergunning
Op 27 november 2018 parkeerde eiser zijn auto op een plek waar met een bedrijfsparkeervergunning geparkeerd mag worden, maar de vergunning was toen niet gekoppeld aan het kenteken van de auto. Eiser stelde dat hij direct na het parkeren naar zijn kantoor is gegaan om de vergunning op het kenteken te zetten, omdat hij daar de benodigde gegevens veilig kon raadplegen. Dit kostte vijf tot zeven minuten.
De rechtbank overwoog dat het op kenteken zetten van een bedrijfsparkeervergunning een uitvoeringshandeling is voor het voldoen van parkeerbelasting, die voorafgaand of bij aanvang van het parkeren moet plaatsvinden. Jurisprudentie vereist dat een redelijke tijd wordt gegund voor deze handeling, maar dat deze onverwijld en onafgebroken moet worden verricht.
Hoewel eiser het kenteken spoedig na aankomst op kantoor wijzigde, was het mogelijk om dit vooraf of direct bij aanvang met een mobiele telefoon te doen. Het niet benutten van deze mogelijkheid betekent dat eiser niet binnen een redelijke tijd aan zijn betalingsverplichting voldeed. Daarom was de naheffingsaanslag terecht opgelegd en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag parkeerbelasting wordt ongegrond verklaard omdat de vergunning niet tijdig op het kenteken is gezet.