Uitspraak
1.Het procesverloop
- het op 12 juni 2020 bij de rechtbank binnengekomen wrakingsverzoek,
- de schriftelijke reactie van de rechter, ontvangen op 24 juni 2020.
Rechtbank Limburg
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die zijn zaak behandelde, stellende dat deze rechter niet onafhankelijk was en niet alle relevante stukken had betrokken. Tevens klaagde verzoeker over het ontbreken van een zitting en het schriftelijk afdoen van de zaak in verband met de coronacrisis.
De rechter verweerde zich door te stellen dat wraking na kennisneming van de einduitspraak niet mogelijk is en dat de procedure volgens de wet correct was gevolgd. De schriftelijke afdoening was een legitieme procesbeslissing en verzoeker had de mogelijkheid gehad zijn standpunten schriftelijk kenbaar te maken.
De wrakingskamer oordeelde dat op grond van artikel 36 Rv Pro en jurisprudentie van de Hoge Raad wraking na de einduitspraak niet mogelijk is. Het feit dat verzoeker niet wist wie de rechter was, rechtvaardigt geen uitzondering. Het wrakingsverzoek werd daarom zonder behandeling ter zitting afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.
De beslissing werd door de wrakingskamer unaniem genomen en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek werd afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de einduitspraak was ingediend.