Uitspraak
[handelsnaam 1] ,
[handelsnaam 2] ,
Rechtbank Limburg
In februari 2020 sloten partijen een overeenkomst waarbij eiser in conventie de vindbaarheid van de website van gedaagde zou verbeteren tegen een maandelijkse vergoeding van €180,29 voor een periode van 12 maanden. Gedaagde betaalde slechts één factuur en zegde de overeenkomst in maart 2020 op, waarna eiser in conventie sommatie tot betaling stuurde.
Eiser vorderde ontbinding van de overeenkomst en betaling van openstaande facturen, het positief contractbelang over de resterende maanden en incassokosten. Gedaagde stelde dat zij onder druk tot de overeenkomst was gekomen, dat sprake was van een geestelijke stoornis en dat de overeenkomst op basis van No Cure No Pay zou zijn. Tevens verzocht zij om vernietiging van de overeenkomst en terugbetaling.
De kantonrechter verwierp het verweer van gedaagde wegens gebrek aan bewijs en oordeelde dat de overeenkomst rechtsgeldig is en niet eerder eindigde dan na 12 maanden. De vordering tot ontbinding werd toegewezen, evenals betaling van drie openstaande facturen, wettelijke rente en een redelijke vergoeding voor incassokosten. De vorderingen van gedaagde tot vernietiging en terugbetaling werden afgewezen. Gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De overeenkomst wordt ontbonden en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van openstaande facturen, schadevergoeding, rente en incassokosten.