ECLI:NL:RBLIM:2020:10483
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens niet-ontvankelijkheid beschermingsbewindvoerder
Verzoeker, die vanwege een hersenbloeding wilsonbekwaam is en verblijft in een verzorgingstehuis, werd vertegenwoordigd door zijn beschermingsbewindvoerder bij het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. De beschermingsbewindvoerder diende het verzoek in namens verzoeker, met als doel een schuldenvrije toekomst te bieden. De rechtbank constateerde dat verzoeker technisch gezien is gestopt met betalen, wat een vereiste is voor toelating tot de regeling.
De rechtbank oordeelde echter dat het verzoek niet-ontvankelijk is omdat de beschermingsbewindvoerder niet bevoegd is om namens een wilsonbekwame rechthebbende een dergelijk verzoek in te dienen. Daarnaast is er onvoldoende belang bij het verzoek, aangezien het beslag op het inkomen wettelijk is vastgesteld en verzoeker geen hinder ondervindt. Ook kan verzoeker geen verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling nakomen.
Bovendien betreft een substantieel deel van de schulden een strafrechtelijke vordering die niet via de schuldsaneringsregeling kan worden gesaneerd. De rechtbank waardeert de intentie van de beschermingsbewindvoerder, maar wijst het verzoek af vanwege de wettelijke beperkingen en het ontbreken van daadwerkelijke vertegenwoordiging.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling is niet-ontvankelijk verklaard omdat de beschermingsbewindvoerder niet bevoegd is het verzoek namens de wilsonbekwame verzoeker in te dienen.