Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
DUISBURGER HAFEN AG,
1.de publiekrechtelijke rechtspersoon PROVINCIE LIMBURG,
C.V. TRADE PORT NOORD,
1.De procedure
- de dagvaarding tevens houdende vordering tot voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro van 22 april 2020, met producties,
- de conclusie van antwoord in het incident van de Provincie c.s., met producties,
- de akte niet dienen aan de zijde van Cabooter,
- de akte houdende verzoek pleidooi in het incident van Duisburger Hafen,
- de akte uitlaten van de Provincie c.s.,
- de rolbeslissing van 24 juni 2020 dagbepaling pleidooi,
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van de Provincie c.s., met producties,
- de conclusie van antwoord in de hoofdzaak van Cabooter, met producties,
- de akte wijziging van eis,
- de antwoordakte naar aanleiding van eiswijziging tevens akte houdende producties van de Provincie c.s., met producties,
- de akte uitlating wijziging van eis van Cabooter, met productie,
- de akte overlegging nadere producties van Duisburger Hafen,
- het pleidooi in het incident van 5 november 2020, met de pleitnotities voorlopige voorziening van Duisburger Hafen, de pleitnota van de Provincie c.s. en de pleitnota van Cabooter, waarna door de rechter vonnis is bepaald in het incident op heden.
2.De feiten waarvan wordt uitgegaan in het incident
- het verstrekken van een achtergestelde lening aan de Cabooter Group ter hoogte van € 2.5 miljoen,
- het gefaseerd aankopen van circa 13.5 ha grond van Greenport Venlo ten behoeve van realiseren van fase II,
- het uitgeven in erfpacht van die gronden waarop de uitbreiding van de railterminal, stackruimte en crossdocks gerealiseerd moeten worden.
3.Het geschil
in de hoofdzaak
4.De beoordeling
in het incident
5.De beslissing
27 januari 2021voor conclusie van repliek aan de zijde van Duisburger Hafen,