Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- niet kan worden bewezen dat de samenwerking tussen de verdachte en de daders zo nauw is geweest dat sprake is van medeplegen, hoewel de verdachte moet hebben geweten dat de goederen bedoeld waren voor de productie van synthetische drugs;
- niet kan worden bewezen dat de verdachte de goederen voorhanden heeft gehad, zoals is tenlastegelegd;
- niet kan worden bewezen dat de verdachte een of meer behangafstomers en/of rondbodemkolven heeft aangeschaft;
- wel kan worden bewezen dat de verdachte een zwarte pijp heeft aangeschaft ten behoeve van het omzettingslaboratorium.
- er geen enkel bewijs is dat de verdachte fysiek betrokken is geweest bij het productieproces van amfetamine;
- uit de tapgesprekken tussen de verdachte enerzijds en [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] anderzijds veelal niet blijkt over welke goederen wordt gesproken;
- niet kan worden vastgesteld dat de verdachte rondbodemkolven heeft aangeschaft;
- niet kan worden vastgesteld dat de verdachte een behangafstomer heeft geregeld - uit het dossier blijkt juist dat deze door een ander zou zijn gehuurd;
- als er al bewijs voorhanden is op grond waarvan geconcludeerd kan worden dat de verdachte een rol heeft gehad bij de productie van amfetamine, dan is deze rol onvoldoende geweest om tot het bewijs van medeplegen te komen;
- de rol van de verdachte bij de aankoop van de zwarte pijp zo goed als nihil is geweest en dat hij niet is betrokken bij het vervoer van deze pijp.