Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de Volvo van [slachtoffer] stond stil op de kruising Sint Maartenslaan/Oeverwal met openstaande portieren;
- rondom de auto was er sprake van een achtervolging, waarbij [slachtoffer] uit de greep van twee andere personen probeerde te blijven. Hij riep daarbij ‘politie, politie’ en ‘overval’;
- in de buurt van de auto is er nog sprake van een vechtpartij en viel ook het eerste schot, waarbij [slachtoffer] werd geraakt in zijn linkerzij;
- [slachtoffer] is vervolgens weggerend over de Oeverwal richting de Servaasburg, gevolgd door twee personen. Hij had op dat moment al bloed aan zijn hoofd;
- in zijn vlucht werd [slachtoffer] van achteren in zijn rechter romp geschoten;
- [slachtoffer] leunde vervolgens tegen een in de parkeervakken staande auto aan. Hij is daar gefouilleerd door een persoon met het pistool;
- deze persoon stak de rijbaan over en liep op het trottoir vervolgens terug in de richting van de kruising Sint Maartenslaan/Oeverwal. Bij het weglopen verschijnt op de camerabeelden boven in beeld op de rijbaan even een schaduw van een persoon;
- [slachtoffer] stak ook de rijbaan over en zakte uiteindelijk op het trottoir bij perceel 9 in elkaar;
- beide achtervolgende personen zijn terug naar de auto van [slachtoffer] gerend, ingestapt en weggereden.
twee personenen dat deze twee personen ook weer samen zijn terug gelopen naar de auto. Voorts leidt de rechtbank uit de schaduw die op de camerabeelden aan de bovenkant kort in beeld komt af, dat er een tweede persoon veel dichterbij moet hebben gestaan dan de verdachten zelf aangeven. Het zicht van de betreffende camera reikte immers slechts tot perceel 9, welk perceel zich blijkens de in het dossier gevoegde overzichtsfoto [20] op grote afstand van de kruising Sint Maartenslaan/Oeverwal en de kerk bevindt. De rechtbank acht de verklaringen van zowel [verdachte] als [medeverdachte] op dit onderdeel dan ook onaannemelijk.
- bij [slachtoffer] is hoofdletsel geconstateerd en getuigen op de Oeverwal verklaren dat hij bloed in het gezicht heeft wanneer hij voorbij komt rennen; dit spoort met de verklaring van [verdachte] dat [medeverdachte] [slachtoffer] met het pistool op zijn hoofd heeft geslagen;
- er is een volle .45 patroon gevonden in de buurt van de kerk nabij de kruising, welke uiterlijke kenmerken vertoont die kunnen passen bij een storing van het wapen en het herladen daarvan waardoor de patroon wordt uitgeworpen; dit spoort met de verklaring van [verdachte] dat het wapen eerst niet afging en vervolgens werd doorgeladen;
- bij [medeverdachte] is er in 2006 een Colt .45 aangetroffen, die later in 2007 aan hem is teruggegeven;
- volgens [verdachte] zou [medeverdachte] hem hebben verteld dat dit ook het wapen is dat werd gebruikt. Dit spoort met het gegeven dat de na de schietpartij van 1 december 2013 op de Oeverwal aangetroffen munitie en munitiedelen hetzelfde soort kaliber en bodemstempel hebben als het in 2006 bij [medeverdachte] inbeslaggenomen wapen en bijbehorende munitie;
- [verdachte] verklaart dat [medeverdachte] in de buurt van de auto heeft geschoten. Dit spoort met het gegeven dat op die plek een koperen mantel van een projectiel is aangetroffen met daarop DNA van [slachtoffer] .
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
onder 2ten laste gelegde feit;
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.3 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.