Uitspraak
RECHTBANK limburg
[verzoeker] , verzoeker
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Beek, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
22 juni 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:1724) leidt de voorzieningenrechter af dat van handhaving moet worden afgezien voor zover de bepalingen van het bestemmingsplan het wezen van een bepaald grondrecht aantasten. Dit is het geval indien het bestemmingsplan de uitoefening van het fundamentele recht geheel of nagenoeg geheel onmogelijk maakt. In deze zaak heeft verweerder op zitting aangegeven dat binnen de gemeente Beek nergens een locatie is waar verzoeker kan betogen en aandacht kan vragen voor zijn standpunt zonder in strijd te komen met de bepalingen van het bestemmingsplan. Dat betekent dat de uitoefening van het recht op betoging van verzoeker door de bestemmingsplanbepalingen onmogelijk wordt gemaakt, waardoor de vrijheid van betoging in haar wezen wordt aangetast. Van wanordelijkheden of verkeersonveiligheid als gevolg van de betoging is overigens niet gebleken. De voorzieningenrechter is, na afweging van alle betrokken belangen, van oordeel dat onder deze omstandigheden de uitkomst van de bezwaarfase kan worden afgewacht en dat verweerder in ieder geval op dit moment niet tot handhaving kan overgaan en daarmee de betoging beëindigt. In de bezwaarfase kan verweerder nagaan of nog steeds sprake is van een betoging of dat er andere redenen zijn om de betoging te beperken of te beëindigen. Bij de vraag of dan nog sprake is van een betoging speelt het tijdsverloop een rol alsmede de vraag op welk moment ‘het punt’ is gemaakt. Bepalend daarbij is in hoeverre nog openbare gedachten, gevoelens en overtuigingen worden geuit.
wegingsfactor 1).
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 oktober 2019.