Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
5.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.Het beslag
10.De wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart het meer subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan
8 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 1 jaar;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit;
wijst de vorderingvan de benadeelde partij Waterschap Limburg te Roermond
toeen veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij Waterschap Limburg te betalen
€ 2.308,00, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 26 augustus 2015 tot aan de dag van de volledige
legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staatten behoeve