Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De inhoud van het klaagschrift
2.De procesgang
3.De standpunten van de klaagster
4.De standpunten van de officier van justitie
5.De beoordeling door de rechtbank
6.Beslissing
ongegrond.
Rechtbank Limburg
Klaagster verzocht de rechtbank Limburg om teruggave van een laptop die op 12 december 2018 in beslag is genomen in haar woning en die zij als eigendom claimt. De inbeslagname vond plaats op grond van een Europees Onderzoeksbevel (EOB) van Belgische autoriteiten, gericht op haar partner die verdacht wordt van handel in verdovende middelen en deelname aan een criminele organisatie.
De officier van justitie verzette zich tegen teruggave omdat het EOB en de daarbij behorende informatie geheim moesten blijven en het niet vaststond dat de laptop daadwerkelijk aan klaagster toebehoorde. De rechtbank stelde vast dat zij bevoegd en ontvankelijk was om het klaagschrift te behandelen. Na kennisname van het EOB op basis van artikel 23 lid 6 Sv Pro, oordeelde de rechtbank dat er een strafvorderlijk belang bestond bij het voortduren van het beslag, omdat de laptop kan bijdragen aan de waarheidsvinding en het niet uitgesloten is dat anderen de laptop gebruiken.
De rechtbank concludeerde dat het enkele eigendom van klaagster onvoldoende is om teruggave te bevelen zonder nader onderzoek, waarvoor eerst vrijgave aan de Belgische autoriteiten nodig is. Daarom verklaarde de rechtbank het klaagschrift ongegrond en weigerde de teruggave van de laptop. Tegen deze beschikking staat beroep in cassatie open.
Uitkomst: Het klaagschrift wordt ongegrond verklaard en de teruggave van de laptop wordt geweigerd.