ECLI:NL:RBLIM:2019:7370
Rechtbank Limburg
- Wraking
- J.H. Klifman
- A.M. Schutte
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid na einduitspraak
Verzoekster diende een verzoek tot wraking in tegen de rechter mr. dr. M.C.A.E. van Binnebeke in een familierechtelijke procedure, nadat op 9 juli 2019 een einduitspraak was gedaan.
De wrakingskamer stelt vast dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking na het wijzen van een einduitspraak in de hoofdzaak. Volgens artikel 9.1 van het wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg kan een verzoek tot wraking dat na de einduitspraak wordt ingediend wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid zonder zitting worden afgewezen.
Daarnaast is een wrakingsverzoek alleen mogelijk tegen een rechter die de zaak behandelt. Nu aan de rechter geen procedure meer is toebedeeld waarbij verzoekster partij is, is de rechter geen behandelend rechter meer en is het verzoek ook om die reden niet-ontvankelijk.
De wrakingskamer wijst het verzoek tot wraking daarom af wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid. Mr. Raab kon de beslissing niet medeondertekenen wegens verhindering.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking is afgewezen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het na de einduitspraak is ingediend.