De rechtbank Limburg behandelde op 25 januari 2019 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan hennepteelt en elektriciteitsdiefstal. De officier van justitie stelde dat verdachte betrokken was bij een ondergrondse hennepkwekerij en verantwoordelijk was voor het stroomcontract. De verdediging betwistte dit en voerde aan dat verdachte geen wetenschap had van de kwekerij en dat de bewijzen onvoldoende waren.
De rechtbank oordeelde dat wettig en overtuigend bewijs ontbrak dat verdachte wist van de hennepkwekerij, mede omdat de kwekerij goed verborgen was en verdachte regelmatig in het buitenland verbleef. Ook het DNA op een bril in de kwekerij werd als onvoldoende bewijs gezien omdat het een verplaatsbaar object betrof. Daarnaast was er geen overtuigend bewijs dat verdachte betrokken was bij elektriciteitsdiefstal.
De rechtbank sprak verdachte daarom vrij van beide tenlastegelegde feiten. De vordering van de benadeelde partij Enexis B.V. tot schadevergoeding werd afgewezen wegens de vrijspraak. De rechtbank wees de kosten toe aan verdachte.