Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 mei 2019 in de zaak tussen
[eiser] , te Voerendaal, eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
Eiser vroeg op 14 augustus 2017 een omgevingsvergunning aan voor verbouwing en aanleg van een inrit in Heerlen. Na een Bibob-advies werd de beslistermijn opgeschort. Eiser verzocht per e-mail om een termijn van zes weken voor het indienen van zienswijzen. Verweerder besloot binnen zes weken na deze opschorting de vergunning te weigeren.
Eiser stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend omdat verweerder niet tijdig had beslist en startte beroep tegen het niet tijdig bekend maken van de vergunning. Verweerder voerde aan dat de beslistermijn was opgeschort met instemming van eiser, zodat geen vergunning van rechtswege was verleend.
De rechtbank concludeerde dat het verzoek van eiser om zes weken voor zienswijzen noodzakelijkerwijs inhield dat hij instemde met opschorting van de beslistermijn. Eiser kwam niet terug op dit verzoek. Hierdoor kon de vertraging in besluitvorming aan eiser worden toegerekend en was geen vergunning van rechtswege verleend.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens oordeelde de rechtbank dat het besluit van 13 juni 2018 tot weigering van de vergunning niet in dit beroep kan worden meegenomen en verwees de ingebrachte bezwaren door als bezwaarschrift aan verweerder.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond omdat eiser instemde met opschorting van de beslistermijn, waardoor geen vergunning van rechtswege is verleend.