ECLI:NL:RBLIM:2019:4938
Rechtbank Limburg
- Wraking
- M.B.T.G. Steeghs
- J.H. Klifman
- F.L.G. Geisel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die haar bestuurszaak behandelde, stellende dat de rechter onheus had gehandeld en niet onpartijdig zou zijn. De rechter zou onder meer getuigen van verzoekster niet hebben gehoord en haar gemachtigde genegeerd hebben. Tevens werd de vermeende adelstand van de rechter genoemd als reden voor wantrouwen.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van het subjectieve en objectieve criterium voor rechterlijke onpartijdigheid. Hoewel verzoekster en haar gemachtigde zich onheus bejegend voelden, is geen sprake van feiten of omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing vormen voor vooringenomenheid van de rechter. Procesbeslissingen zoals het niet horen van getuigen zijn geen wrakingsgrond tenzij zij ingegeven zijn door vooringenomenheid, wat hier niet is gebleken.
De stelling dat de rechter van adel is, werd door de rechter ontkend en vormt geen grond voor wraking. De wrakingskamer concludeert dat de vrees voor partijdigheid niet objectief gerechtvaardigd is. Het wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard en afgewezen. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.