ECLI:NL:RBLIM:2019:4269
Rechtbank Limburg
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Voorwaardelijke taakstraf en dierenhoudverbod wegens onthouden noodzakelijke zorg aan huisdieren
Twee verdachten, een moeder en haar dochter, werden vervolgd wegens het onthouden van noodzakelijke verzorging aan hun vele huisdieren, wat onder meer leidde tot de dood van enkele dieren. De situatie waarin de dieren werden gehouden was zorgelijk, zoals vastgesteld door de Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming die bestuursdwang toepaste. De verdachten zijn verstandelijk beperkt en kampen met psychische problematiek, mede door het recente overlijden van hun vader.
De officier van justitie vorderde een taakstraf van 80 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van drie jaar, inclusief een dierenhoudverbod. De verdediging stelde dat een voorwaardelijke straf passend was en dat de verdachte niet in staat was een taakstraf te verrichten. De politierechter hield rekening met de ernst van de feiten, maar ook met de persoonlijke omstandigheden van de verdachten en de maatschappelijke context van dierenwelzijn.
Uiteindelijk legde de politierechter een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur op met een proeftijd van twee jaar en een bijzondere voorwaarde dat de verdachten gedurende de proeftijd geen dieren mogen houden, op maximaal twee dieren per persoon na. De overige dieren moeten binnen een maand na onherroepelijkheid van het vonnis worden afgestaan. Dit vonnis balanceert de ernst van de feiten met de persoonlijke omstandigheden en de maatschappelijke context.
Uitkomst: De politierechter legt een voorwaardelijke taakstraf van 50 uur en een dierenhoudverbod met een proeftijd van twee jaar op.