Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de agressie waarmee op de auto van de slachtoffers is toegereden;
- het feit dat de drie jongens, waaronder de twee verdachten, uit de auto zijn gesprongen en op de slachtoffers zijn afgevlogen.
- de beschermende werking van de helm betrokken dient te worden bij de beoordeling van de aanmerkelijkheid van de kans, nu duidelijk was dat het slachtoffer deze helm droeg;
- de hersenen van het slachtoffer werden beschermd door de schedel van het slachtoffer, alsmede door de helm;
- de impact die door de trappen op de helm is uitgeoefend, gelet op de totale afwezigheid van verwondingen aan de hersenen en schedel van het slachtoffer, niet van dusdanige kracht is geweest dat daardoor de kans op overlijden aanmerkelijk is geweest;
- het aangezicht geen vitale lichaamsfuncties bevat.
- op basis van de bewijsmiddelen niet tot een andere conclusie kan worden gekomen dan dat medeverdachte [medeverdachte] [slachtoffer 3] heeft mishandeld en heeft gepoogd [slachtoffer 4] te mishandelen;
- de verdachte er wel bij heeft gestaan, maar niets heeft gedaan;
- de verdachte geen significante bijdrage heeft geleverd aan het door medeverdachte [medeverdachte] gepleegde geweld.
De bewijsmiddelen
- een forse zwelling en bloeduitstorting rondom de oogkas rechts;
- een barstwond op de rechter wang, vier tot vijf centimeter lang met wijkende wondranden;
- een klein scheurwondje net opzij van de rechter ooghoek van het rechter oog;
- mogelijk wat verminderde sensibiliteit in het verzorgingsgebied van de nervus infraorbitalis (deze verzorgt het huidgedeelte onder het oog);
- drukpijn ter hoogte van de oogkasrand.
- een breuk van de oogkas (orbita fractuur);
- nekpijn die uitstraalt naar de arm, links (cervicobrachialgie) met een nekhernia (HNP C6-C7).
De bewijsoverwegingen ten aanzien van feit 1
De vrijspraak van feit 2
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
- de verdachte en zijn mededaders zich zonder noemenswaardige aanleiding zo agressief hebben gedragen dat slachtoffer [slachtoffer 1] dit bijna met de dood heeft moeten bekopen;
- de verdachte nog steeds geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedragingen;
- slachtoffer [slachtoffer 1] de gebeurtenis geestelijk nog steeds niet heeft verwerkt en ook lichamelijk nog niet is hersteld;
- de gevolgen voor de slachtoffers [slachtoffer 3] , [slachtoffer 4] en [slachtoffer 2] ook heel vervelend zijn;
- dergelijke feiten in de samenleving leiden tot gevoelens van angst;
- de verdachte eerder voor geweldsdelicten met justitie in aanraking is geweest;
- de rol van de verdachte bij het plegen van geweld tegen slachtoffer [slachtoffer 1] kleiner is dan die van mededader [medeverdachte] .
- geen voortrekkersrol heeft gehad bij de geweldpleging;
- nog jong is en dat dit zijn eerste veroordeling zal zijn onder het volwassenenstrafrecht;
- toekomstplannen heeft;
- al bijna een jaar in voorarrest zit;
- erg veel spijt heeft en schriftelijk zijn excuses heeft aangeboden aan slachtoffer [slachtoffer 1] .
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
- aanschaf alarmcentrale en abonnement: € 2.750,52
- eigen risico zorgverzekering 2018 en 2019: € 738,52
- medicatie: € 48,07
- fietsaccessoires: € 320,95
- reis- en parkeerkosten: € 150,49
- fysiotherapie (niet vergoed): € 62,-
- verlies inkomsten nevenarbeid: € 55.128,-.
- de post ‘aanschaf alarmcentrale en abonnement’ geen rechtstreekse schade betreft;
- de post ‘verlies inkomsten nevenarbeid’ niet toegewezen kan worden, nu deze post ziet op het inkomen van de partner van het slachtoffer, de vordering bovendien onvoldoende onderbouwd is en er niet blijkt dat is geprobeerd de schade te beperken;
- de post ‘fietsaccessoires’ in ieder geval niet kan worden toegewezen voor zover deze betrekking heeft op de helm, nu deze door het openbaar ministerie teruggegeven had kunnen worden;
- niet blijkt dat ten aanzien van de post ‘fietsaccessoires’ afschrijving is toegepast;
- de post ‘immateriële schade’, gelet op vergelijkbare zaken, gematigd zou moeten worden tot € 2.500,-.
- eigen risico zorgverzekering 2018 en 2019 tot het gevorderde bedrag van € 738,52
- medicatie tot het gevorderde bedrag van € 48,07
- reis- en parkeerkosten tot het gevorderde bedrag van € 150,49
- fysiotherapie tot het gevorderde bedrag van € 62,-.
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.5 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is tenlastegelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 primair en 3 tot een gevangenisstraf van 48 maanden;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , woon- / contactplaats [plaats 1] , niet ontvankelijk is ten aanzien van de posten ‘aanschaf alarmcentrale en abonnement’ en ‘verlies inkomsten nevenarbeid’ en dat zij dit gedeelte van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 9.249,08, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 23 mei 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij voor het overige af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , een bedrag van € 9.249,08, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 81 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 23 mei 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- bepaalt dat voor zover dit bedrag door een of meer mededaders is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen.
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] , woonplaats kiezende te [plaats 2] , toe;
- veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 524,-, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 24 mei 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 2] , een bedrag van € 524,-, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 10 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 24 mei 2018 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;