Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 2 april 2019 met producties
- de producties A en B van [gedaagde]
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota (conclusie van antwoord) van [gedaagde] .
Rechtbank Limburg
De vennootschap onder firma is op 1 april 2014 ontbonden en de afwikkeling van de gemeenschap dient nog te geschieden. Partijen, Zino Holding B.V. en de gedaagde, zijn het oneens over de afwikkeling en hebben eerder een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij een onafhankelijke accountant moest worden aangewezen voor de eindbalans. Deze accountant heeft de opdracht teruggegeven.
Zino Holding B.V. verzoekt in kort geding dat de voorzieningenrechter een onafhankelijke registeraccountant benoemt en dat gedaagde gehouden wordt alle benodigde stukken te overleggen. De voorzieningenrechter oordeelt dat een deskundige niet zonder diens instemming kan worden benoemd en dat het geschil niet geschikt is voor kort geding. Wel wijst hij partijen aan binnen twee weken elk een accountant te benoemen die gezamenlijk een derde onafhankelijke accountant aanwijzen voor bindend advies.
De voorzieningenrechter legt tevens een dwangsom op aan gedaagde voor het niet naleven van deze verplichtingen en compenseert de proceskosten, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af en legt partijen op gezamenlijk een onafhankelijke accountant aan te wijzen voor bindend advies.