ECLI:NL:RBLIM:2019:3477
Rechtbank Limburg
- Wraking
- R.H.J. Otto
- J.H. Klifman
- R.P.J. Quaedackers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeend vormverzuim bij cautie
Op 25 maart 2019 diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de rechter die haar strafzaak behandelde, omdat zij meende dat procedurele fouten waren gemaakt, waaronder het niet geven van de cautie aan haar als minderjarige verdachte en het ontbreken van advocaatbezoek in de piketfase.
De rechter ontkende onpartijdig te zijn en gaf aan dat het niet geven van de cautie een vergissing was, maar dat de minderjarige verdachte werd bijgestaan door een advocaat, waardoor de verklaring als bewijsmiddel geschikt bleef. De officier van justitie ondersteunde het standpunt dat de gronden geen wraking rechtvaardigen.
De wrakingskamer oordeelde dat hoewel er sprake was van een strafvorderlijk vormverzuim door het niet geven van de cautie, dit niet leidde tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De klachten betroffen vooral de procesgang en niet de onpartijdigheid van de rechter. Het verzoek tot wraking werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.