Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Het verloop van de procedure
[betrokkene], wonende te [woonplaats] aan de [adres] , ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie met CJIB-nr [CJIB-nummer].
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Betrokkene werd beboet voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder duidelijk zichtbare gehandicaptenparkeerkaart. Hij voerde aan dat de bebording onduidelijk en onwettig was, omdat het onderbord een niet bestaand samenstelling betrof en er geen wettelijk onderbord aanwezig was. De officier van justitie handhaafde de boete en stelde dat er zes gehandicaptenparkeerplaatsen waren met duidelijke aanduiding.
Tijdens de zitting stelde de kantonrechter vast dat het voertuig van betrokkene geparkeerd stond op de meest rechtse parkeerplaats naast een terras, terwijl het bord met het onderbord met pijlen niet duidelijk aangaf tot waar de aanduiding reikte. Er was geen tweede bord met een pijl naar rechts aan de linkerzijde van het terras, en de stelling dat het terras de werking van de pijl zou doorbreken werd niet aannemelijk gemaakt.
De kantonrechter oordeelde dat de situatie ter plaatse dermate onduidelijk was dat een overtreding niet aan betrokkene kon worden toegerekend. Het beroep werd daarom gegrond verklaard, de sanctie op nihil gesteld en zowel de initiële beschikking als de beschikking van de officier van justitie vernietigd. De betaalde zekerheid werd aan betrokkene terugbetaald.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard wegens onduidelijke bebording, sanctie vernietigd en zekerheid terugbetaald.