ECLI:NL:RBLIM:2019:3297
Rechtbank Limburg
- Bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging invorderingsbesluit dwangsom wegens onredelijkheid en bijzondere omstandigheden
Eiser werd door het college van burgemeester en wethouders van Heerlen een last onder dwangsom opgelegd om de zijgevel van zijn woning te verbeteren conform redelijke eisen van welstand. De dwangsom van €10.000 werd verbeurd omdat de werkzaamheden niet binnen de gestelde termijn waren uitgevoerd.
Eiser voerde onder meer aan dat het koude weer en financiële beperkingen hem verhinderden tijdig te voldoen, dat de last een welstandsexces vormde omdat vergelijkbare panden niet werden gehandhaafd, en dat de invordering onevenredig was. De rechtbank oordeelde dat het dwangsombesluit niet evident onrechtmatig was en dat bezwaren tegen het dwangsombesluit in het beroep tegen het invorderingsbesluit niet aan de orde konden komen.
De rechtbank erkende echter dat eiser ondanks de ruime termijn niet tijdig om verlenging had gevraagd en dat verweerder terecht geen overmacht aannam. Wel vond de rechtbank dat verweerder zonder nadere motivering niet in redelijkheid tot volledige invordering kon overgaan gezien de specifieke omstandigheden, waaronder het ontbreken van directe veiligheidsbelangen en het feit dat vergelijkbare situaties in de wijk niet werden gehandhaafd.
Op grond van het evenredigheidsbeginsel vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen, met vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser. Het beroep werd gegrond verklaard.
Uitkomst: Het invorderingsbesluit van de dwangsom wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.