Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 januari 2019 met 1 productie,
- de conclusie van antwoord met 7 producties,
- de mondelinge behandeling op 7 februari 2019,
- de brief van Opera Zuid van 5 maart 2019.
Rechtbank Limburg
Op 28 december 2018 is in kort geding een vonnis gewezen waarbij eiseres werd veroordeeld om binnen drie dagen na betekening een bedrijfslaptop in te leveren bij Opera Zuid, onder dreiging van een dwangsom van € 2.500,00.
Eiseres stelde de laptop al te hebben ingeleverd, maar zonder ontvangstbewijs. Na betekening van het vonnis op 28 januari 2019 heeft zij de laptop niet ingeleverd, waardoor de dwangsom op 1 februari 2019 is verbeurd. Eiseres vorderde daarop opheffing, vermindering of opschorting van de dwangsom op grond van artikel 611d Rv, stellende niet te kunnen voldoen aan de hoofdveroordeling.
De rechtbank oordeelde dat een procedure op grond van art. 611d Rv niet dient om de juistheid van de hoofdveroordeling opnieuw te beoordelen en dat eiseres onvoldoende feiten aanvoerde om aan te tonen dat zij daadwerkelijk niet kon voldoen. Bovendien was de dwangsom reeds verbeurd, waardoor art. 611d Rv geen uitkomst meer bood.
Ook een executiegeschil werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing van een kennelijke misslag of noodtoestand. De vordering werd daarom afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten van € 720,00.
Uitkomst: De vordering tot opheffing, vermindering of opschorting van de dwangsom wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.