ECLI:NL:RBLIM:2019:174
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Aanwijzing tot ontbinding huurovereenkomst en verrekening vorderingen nalatenschap
De zaak betreft de nalatenschap van een overleden erflater, waarbij de vereffenaar verzoek heeft gedaan tot aanwijzing om met de huurder van een onroerende zaak een vaststellingsovereenkomst te sluiten. De huurder had een vordering ingediend wegens betaalde voorschotten en reparaties, terwijl de nalatenschap een tegenvordering had wegens onbetaalde huurpenningen.
De kantonrechter stelt vast dat de nalatenschap beneficiair is aanvaard en dient te worden vereffend volgens de wet. Er is sprake van wederzijdse tekortkomingen tussen huurder en verhuurder, en een deel van de vordering van de huurder is mogelijk verjaard. Om kostbare juridische procedures te voorkomen en de belangen van de nalatenschap en schuldeisers te beschermen, wordt het verzoek toegewezen.
De vereffenaar krijgt de aanwijzing om met de huurder een vaststellingsovereenkomst te sluiten waarin de huurovereenkomst onder finale kwijting wordt ontbonden, met verrekening van vorderingen en afstand van een deel van de vordering door de huurder. Tevens dient een afschrift van deze overeenkomst aan de kantonrechter te worden verstrekt.
Uitkomst: Verzoeker krijgt aanwijzing om met huurder de huurovereenkomst te ontbinden en vorderingen te verrekenen.