Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
meer nodig’ voordat het handelen kwalificeert als een poging tot doodslag of een poging zware tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.
- meermalen, zijn lichaam in een andere richting te bewegen dan in de richting waarin deze opsporingsambtenaren hem trachtten te geleiden en
- eenmaal op zijn knieën te zakken en op de grond te gaan liggen, waardoor die opsporingsambtenaren hem niet konden geleiden in de door hen beoogde richting en
- meermalen die opsporingsambtenaar [naam 10] , tegen diens knieën te schoppen
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank zal de verdachte veroordelen in de proceskosten, die van de tenuitvoerlegging van dit vonnis daaronder begrepen, aan de zijde van [bedrijf] tot op heden begroot op nihil.
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 1. subsidiair en onder 2. aan hem tenlastegelegde bewezen, zoals dat hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat onder 1. subsidiair of onder 2. aan hem meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert, zoals deze hierboven onder 4 zijn omschreven;
- verklaart de verdachte daardoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vijftien maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering of in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de procedure, die van de tenuitvoerlegging van dit vonnis daaronder begrepen, aan de zijde van [naam 10] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [naam 10] , te betalen € 403,00, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van verhaal te vervangen door 8 dagen hechtenis. De toepassing van de vervangende hechtenis heft deze betalingsverplichting niet op;
- veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de procedure, die van de tenuitvoerlegging van dit vonnis daaronder begrepen, aan de zijde van [bedrijf] tot op heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van [bedrijf] , te betalen € 1.214,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 5 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis. De toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.