Uitspraak
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De beoordeling
5.De beslissing
's-Hertogenbosch
Rechtbank Limburg
De Raad voor de Kinderbescherming heeft een verzoek ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van een prematuur geboren minderjarige die sinds de geboorte in het ziekenhuis verblijft. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, maar kunnen de veiligheid en verzorging van het kwetsbare kindje niet waarborgen.
De observaties van het ziekenhuispersoneel tonen aan dat de moeder de verzorging niet adequaat kan uitvoeren en de vader niet adequaat ingrijpt bij onveilige situaties. Beide ouders vertonen onvoldoende probleem- en leerinzicht en werken niet mee aan gezinsopname of intensieve begeleiding.
De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de gronden voor ondertoezichtstelling zijn vervuld en dat een spoedige uithuisplaatsing noodzakelijk is om acute en ernstige bedreiging van het kind weg te nemen. De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld voor drie maanden en met spoed uit huis geplaatst, eerst in het ziekenhuis en daarna in een pleegzorgvoorziening. De ouders en de Raad worden gehoord tijdens een zitting op 18 november 2019.
Uitkomst: De minderjarige wordt voorlopig onder toezicht gesteld en met spoed uit huis geplaatst wegens ernstige bedreiging van zijn veiligheid.