Uitspraak
Rechtbank Limburg
1.Het verloop van de procedure
pleitnotitie.
2.De vaststaande feiten
3.Het verzoek
4.Het verweer
5.De beoordeling
binnengegaan;
zwarte zak achter zich aan heeft gesleept;
gaan uit eten.
Rechtbank Limburg
De man verzocht de rechtbank om te verklaren dat zijn onderhoudsverplichting jegens de vrouw is geëindigd vanaf 1 november 2018 omdat de vrouw samenwoonde met een nieuwe partner als waren zij gehuwd, op grond van artikel 1:160 BW Pro. Hij overlegde een rechercherapport en bood getuigenbewijs aan.
De vrouw betwistte dit en stelde dat er geen duurzame affectieve relatie was en geen gemeenschappelijke huishouding werd gevoerd. De rechtbank stelde vast dat er wel een duurzame affectieve relatie bestond, mede door sociale media en duur van de relatie van ruim anderhalf jaar.
Echter, de rechtbank vond dat het bewijs onvoldoende was dat sprake was van wederzijdse verzorging en het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Observaties van het recherchebureau toonden wel samenwonen, maar niet de noodzakelijke elementen voor beëindiging alimentatie volgens art. 1:160 BW Pro.
Daarom werd het verzoek van de man afgewezen. Ook de verzoeken van de vrouw tot vergoeding van paardensportkosten, achterstallige alimentatie en compensatie van uren werden afgewezen. Proceskosten werden gecompenseerd zodat ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoek tot beëindiging partneralimentatie wegens samenwonen wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van gemeenschappelijke huishouding en wederzijdse verzorging.