Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- salaris gemachtigde: € 720,00 (gemiddeld)
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert de verhuurder ontruiming van een appartement en betaling van een aanzienlijke huurachterstand. De huurder heeft sinds juli 2019 geen huur meer betaald, waardoor een achterstand van € 2.975,00 is ontstaan. De huurder stelt gebreken aan het gehuurde en overlast vanuit het bedrijfsruimte onder het appartement als reden voor opschorting van de huurbetalingen.
De verhuurder heeft de huurder meerdere malen gesommeerd tot betaling. Een door de verhuurder ingeschakeld dakdekkersbedrijf constateerde geen lekkage. De kantonrechter oordeelt dat de betalingsachterstand van vijf maanden een ernstige tekortkoming is die een ontruiming rechtvaardigt. De vermeende gebreken en overlast rechtvaardigen geen opschorting van de huur.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen twee weken na betekening van het vonnis, betaling van de huurachterstand over juli tot en met november 2019, en betaling van de huurprijs voor iedere maand dat de huurder na 1 december 2019 in het gehuurde verblijft. Tevens worden proceskosten en nakosten toegewezen. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen twee weken en betaling van de huurachterstand en lopende huur.