Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De gronden voor het wrakingsverzoek
partijdigheid op grond van het eigen verbod in de rechtbank ‘discriminatie naar geslacht’”.
Rechtbank Limburg
Verzoekster diende op 17 september 2019 een wrakingsverzoek in tegen mr. Th.M. Schelfhout, rechter bij de rechtbank Limburg, locatie Roermond, in een bestuursrechtelijke procedure tegen het UWV. Dit verzoek volgde op een zitting van 22 augustus 2019, waar de gemachtigde van het UWV verzoekster herhaaldelijk als 'meneer' aansprak, hetgeen verzoekster als zeer kwetsend ervoer. Verzoekster verwijt de rechter dat hij dit heeft gedoogd zonder de gemachtigde te corrigeren.
De rechter reageerde schriftelijk en gaf aan dat hij niet in de wraking berust. Tijdens de mondelinge behandeling op 29 oktober 2019 was verzoekster aanwezig, de rechter niet. De wrakingskamer beoordeelde eerst de ontvankelijkheid en besloot, ondanks de late indiening van bijna vier weken na het incident, het verzoek toch te ontvangen vanwege het emotionele belang voor verzoekster en het ontbreken van bezwaar van de rechter.
Inhoudelijk oordeelde de wrakingskamer dat geen feiten of omstandigheden waren aangevoerd die een zwaarwegende aanwijzing voor subjectieve partijdigheid van de rechter opleverden. De vrees voor partijdigheid moest objectief gerechtvaardigd zijn, wat niet het geval was. Hoewel verzoekster teleurgesteld was over het uitblijven van een corrigerende of empathische reactie van de rechter, was er geen sprake van vooringenomenheid of de schijn daarvan. Ook de discussie over het proces-verbaal leidde niet tot een andere conclusie.
De wrakingskamer verklaarde het wrakingsverzoek daarom ongegrond en sprak dit uit op 12 november 2019.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.