Uitspraak
RECHTBANK limburg
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2018 in de zaak tussen
[eiseres] , te Vaals, eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2018.
Rechtbank Limburg
Eiseres, een Duitse grensarbeidster woonachtig in Nederland, werkte in Duitsland en ontving gedurende haar Elternzeit Elterngeld. Na beëindiging van haar dienstverband vroeg zij een WW-uitkering aan in Nederland, welke werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de referte-eis van 26 gewerkte weken in de 36 weken voorafgaand aan werkloosheid.
De rechtbank stelt vast dat de periode waarin eiseres Elterngeld ontving volgens het Nederlandse recht als onbetaald verlof moet worden beschouwd, waardoor deze niet meetelt als verzekerde periode. De referteperiode werd daarom met 78 weken voorverlengd, maar ook dan voldeed eiseres niet aan de eis van minimaal 26 gewerkte weken.
Eiseres voerde aan dat Duits recht van toepassing zou moeten zijn en dat er sprake is van een lacune in de Nederlandse wetgeving, wat leidt tot schending van het evenredigheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel. De rechtbank verwerpt deze stellingen en benadrukt dat het Nederlandse recht terecht is toegepast en dat het vertrouwensbeginsel niet slaagt omdat geen ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst erop dat het aan de wetgever is om eventuele lacunes in de wetgeving te vullen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Limburg op 16 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van de WW-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat zij niet voldoet aan de referte-eis.