Verzoekster, werkzaam als kapster, vordert een gefixeerde schadevergoeding wegens het niet in acht nemen van een opzegtermijn van vier maanden en nabetaling van een transitievergoeding zonder toepassing van de kleine werkgeversregeling. Verweerster, de laatste werkgever, beroept zich op de kleine werkgeversregeling ex artikel 7:673d BW en stelt dat de opzegtermijn van twee maanden juist is.
De rechtbank beoordeelt dat verweerster voldoet aan de criteria voor de kleine werkgeversregeling, mede op basis van een verklaring van het UWV en een analyse van de ondernemersbeloning. Hierdoor is de lagere transitievergoeding van € 2868,70 bruto terecht toegepast. Ten aanzien van de opzegtermijn is vastgesteld dat het dienstverband vanaf 30 september 2008 loopt, waardoor de opzegtermijn twee maanden bedraagt. Verzoekster kon geen bewijs leveren van een langer dienstverband.
Het verzoek tot nabetaling van een hogere transitievergoeding en tot een langere opzegtermijn wordt daarom afgewezen. Ook het tegenverzoek van verweerster tot terugbetaling van de transitievergoeding wordt van de hand gewezen, aangezien geen ernstig verwijtbaar handelen door verzoekster is vastgesteld. De proceskosten worden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.