De Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder], leraar in dienst sinds december 2014, op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. De kantonrechter stelde vast dat de verstoorde arbeidsrelatie zodanig was dat van de werkgever niet meer kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten, zonder dat een van de partijen hiervoor schuld had.
Er was geen sprake van een opzegverbod en herplaatsing van de werknemer was niet mogelijk. Hoewel de werknemer verweer voerde tegen ontbinding, stemde hij in met ontbinding mits toekenning van een vergoeding. De kantonrechter wees de ontbinding toe en veroordeelde LVO tot betaling van een transitievergoeding van € 6.429,84 bruto.
De proceskosten werden niet aan een partij toegewezen, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt. De ontbinding gaat in per 1 oktober 2018. De uitspraak werd gedaan door rechter R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.