De kantonrechter van de Rechtbank Limburg heeft op 28 september 2018 uitspraak gedaan in een verzoekschriftprocedure tussen Stichting Woonpunt en een werknemer. De werknemer was sinds 1 november 1996 in dienst als projectmedewerker vastgoed. Woonpunt verzocht ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding zonder toekenning van vergoeding.
De werknemer voerde verweer tegen de ontbinding, maar stemde in met ontbinding mits een vergoeding werd toegekend. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een zodanig verstoorde arbeidsverhouding dat van de werkgever niet meer redelijkerwijs kon worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Er was geen sprake van toerekenbare schuld van een van de partijen en herplaatsing was niet mogelijk.
De arbeidsovereenkomst werd ontbonden met ingang van 1 februari 2019. De kantonrechter veroordeelde Woonpunt tot betaling van een all-in vergoeding van €100.000 aan de werknemer. Verder werd bepaald dat de werknemer geacht wordt zijn vakantiedagen te hebben opgenomen en dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.