Verzoekster vordert schadevergoeding van de stichting Zuyderland Geestelijke Gezondheidszorg wegens onrechtmatige dwangmedicatie die zij heeft ondergaan. De rechtbank heeft eerder de beslissingen tot dwangbehandeling van 25 augustus 2017 en 19 september 2017 vernietigd vanwege vormverzuim, met name onjuiste einddata in de aanzeggingen.
Verzoekster stelt dat zij ernstig ziek is geworden door de dwangmedicatie en dat zij met geweld is behandeld. Zij vordert een dagvergoeding vanaf de datum van de eerste beslissing tot dwangbehandeling tot aan de vernietiging. Verweerster betwist het causaal verband en stelt dat de periode zonder daadwerkelijke medicatietoediening niet voor vergoeding in aanmerking komt.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster recht heeft op schadevergoeding wegens de onrechtmatigheid van de beslissingen en de daarop gebaseerde dwangmedicatie. Voor de periode van onzekerheid zonder medicatie (25 augustus tot 2 oktober 2017) kent de rechtbank € 80 per dag toe, en voor de periode met daadwerkelijke dwangmedicatie (3 tot 27 oktober 2017) € 150 per dag. De totale vergoeding bedraagt € 6.870,--. Daarnaast worden proceskosten van € 501,-- aan verzoekster toegekend.