ECLI:NL:RBLIM:2018:8755
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor bezit vuurwapen, cocaïne en jammer
De rechtbank Limburg behandelde op 18 september 2018 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het bezit van een automatisch vuurwapen met munitie, 51,3 gram cocaïne en een jammer zonder vergunning. De politie vond deze verboden voorwerpen tijdens een huiszoeking in de woning van verdachte op 25 januari 2018.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 9 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk. De verdediging voerde aan dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de verboden voorwerpen, die door haar ex-partner in de woning waren achtergelaten zonder haar medeweten.
De rechtbank oordeelde dat er onvoldoende bewijs was dat verdachte wist van de aanwezigheid en dat deze zich in haar machtssfeer bevonden. De verklaringen van verdachte en haar vriend werden niet ongeloofwaardig bevonden. De cocaïne lag weliswaar in het zicht, maar was kort voor de inval neergelegd. De overige voorwerpen lagen niet in het zicht.
Daarom werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wetenschap en bezit van verboden voorwerpen.