Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
nietgetapt in 2017. In februari 2018 is dit nummer in het kader van het onderzoek naar de overval wel getapt. Uit die telefoontap bleek dat het nummer fungeerde als verdovende middelenlijn. Daarop is de telefoontap op 1 maart 2018 beëindigd en is onder de naam ‘Braam’ een nieuw onderzoek gestart naar de handel in drugs. In dat kader is de telefoon toen opnieuw getapt. Op 13 maart 2018 is op grond van artikel 126dd Sv bepaalt dat de inhoud van de tapgesprekken uit februari 2018 - opgenomen wegens het onderzoek naar de overval - mochten worden gebruikt in het onderzoek Braam. Daarnaast heeft de officier van justitie met betrekking tot het ontbreken van de machtiging van de rechter-commissaris naar voren gebracht dat de machtiging er wel is, maar dat zij deze nu niet kan overhandigen. Het bevel dat zich wel in het dossier bevindt impliceert evenwel dat er een machtiging is afgegeven. De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er derhalve geen sprake is van een vormverzuim.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten opleveren zoals hierboven onder
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
- zich heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit of
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de Identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of
- geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;
bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 1 en 2 tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;