Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
beiden wonend [adres 2] ,
[woonplaats] ,
Rechtbank Limburg
Partijen sloten een huurovereenkomst voor een woning met een duur van één jaar, ingaande 26 augustus 2017. Verhuurder stelde huurders bij exploot van 20 juni 2018 op de hoogte dat de overeenkomst op 25 augustus 2018 van rechtswege eindigt.
Huurders erkenden dat zij vanaf 26 augustus 2018 zonder recht in de woning verbleven. Verhuurder vorderde ontruiming uiterlijk 15 oktober 2018, betaling van huur vanaf 1 september 2018 tot ontruiming, proceskosten en rente.
De kantonrechter oordeelde dat de ontruimingstermijn redelijk is, gezien de eerdere kennisgeving in februari 2018. De vorderingen tot ontruiming, huurbetaling en kosten werden toegewezen. Huurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 750 per maand huur en proceskosten van € 727,81, vermeerderd met rente en nakosten bij niet-tijdige betaling.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat de woning leeg en bezemschoon moet worden opgeleverd met alle sleutels aan verhuurder.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot ontruiming uiterlijk 15 oktober 2018 en tot betaling van huur en proceskosten.