ECLI:NL:RBLIM:2018:8263
Rechtbank Limburg
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Intrekking bevel tot inbeslagneming registergoed wegens twijfel over geldigheid testament
De rechtbank Limburg behandelde een klaagschrift tegen het bevel van de officier van justitie tot inbeslagneming van een registergoed in Frankrijk, verkregen door verdachte via een vermoedelijk vals testament van haar moeder. De moeder was mogelijk wilsonbekwaam ten tijde van het testament, waardoor dit nietig zou zijn. De officier van justitie vermoedt dat verdachte opzettelijk gebruik maakte van het ongeldige testament en dat het registergoed verbeurd kan worden verklaard.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek nog onvoldoende is om vast te stellen dat het testament nietig is en dat verdachte schuldig is. Er is geen redelijk vermoeden van schuld dat een veroordeling en verbeurdverklaring aannemelijk maakt. Bovendien is onduidelijk of het registergoed aan verdachte toebehoort in geval van nietigheid testament. De rechtbank concludeert dat het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag ontbreekt.
Daarom verklaart de rechtbank het beklag gegrond en beveelt de onmiddellijke intrekking van het bevel tot inbeslagneming van het registergoed. De beschikking is gegeven door rechter F.L.G. Geisel en kan binnen 14 dagen in cassatie worden aangevochten.
Uitkomst: Het bevel tot inbeslagneming van het registergoed wordt ingetrokken wegens ontbreken van strafvorderlijk belang.