Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
eiser, nader te noemen de man,
advocaat mr. I. Wudka, gevestigd te Maastricht;
gedaagde, nader te noemen de vrouw,
advocaat mr. Y.G.M.J. Breukers, gevestigd te Roermond.
Rechtbank Limburg
Uit het ontbonden huwelijk van partijen is een minderjarige dochter geboren met het Syndroom van Down, die bij de moeder woont. De vader heeft een omgangsregeling met zijn dochter, waarbij zij eens per 14 dagen een weekend bij hem verblijft. Sinds mei 2018 heeft de moeder op advies van Veilig Thuis de omgang stopgezet vanwege vermoedens van grensoverschrijdend seksueel gedrag van de dochter, waarop een lopend onderzoek plaatsvindt.
De vader vordert in kort geding nakoming van de omgangsregeling en afgifte van het paspoort van de dochter, met dwangsommen bij niet-naleving. De moeder voert verweer en beroept zich op het advies van Veilig Thuis en het lopende onderzoek. Tijdens de zitting zijn medewerkers van Veilig Thuis gehoord, die aangeven dat de oorzaak van het gedrag onbekend is en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de vader iets heeft gedaan.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vader door de vage en niet-concrete beschuldigingen in een Kafkaiaanse situatie is beland, waarbij hij zich niet kan verdedigen. Het advies van Veilig Thuis om de omgang te stoppen is niet onderbouwd met concrete feiten. De omgangsregeling wordt daarom toegewezen, maar de dwangsommen worden afgewezen omdat de moeder heeft toegezegd het vonnis na te leven. De kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de moeder tot nakoming van de omgangsregeling met de minderjarige dochter vanaf 2 augustus 2018 zonder oplegging van dwangsommen.