Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
beiden wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
Rechtbank Limburg
Verhuurder verhuurt sinds 2008 een woning aan huurders. De meerderjarige zoon van huurders veroorzaakt sinds 2011 herhaaldelijk ernstige overlast in en rondom de woning, waaronder geluidsoverlast, vernielingen en bedreigingen. Ondanks meerdere sommatiebrieven en gesprekken met verhuurder, hebben huurders geen maatregelen genomen om de overlast te stoppen.
De overlast is ernstig en structureel, met meerdere klachten van omwonenden en politie-inschakelingen. Huurders zijn aansprakelijk voor de gedragingen van hun zoon omdat deze met hun goedvinden het gehuurde gebruikt. Huurders hebben de ernst van de situatie gebagatelliseerd en onvoldoende actie ondernomen.
De kantonrechter oordeelt dat de tekortkoming van huurders ernstig genoeg is om de ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen en wijst de vordering tot ontruiming toe met een termijn van twee weken. Tevens worden huurders veroordeeld tot betaling van de huur vanaf 1 mei 2018 en de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurders worden veroordeeld tot ontruiming van de woning binnen twee weken en tot betaling van huur en proceskosten.