Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
( [slachtoffer] , rechtbank)omstreeks 14.45 uur klem heeft gereden met zijn auto, maar dat dat een grapje was en dat ze even hebben gepraat [17] . Het klopt niet dat er ruzie was en dat hij boos was op [slachtoffer] .
(verdachte, rechtbank) bij de bushalte tegenkwam. Het was rond twee of drie uur ’s middag. De verdachte reed hem klem, want hij wilde duidelijkheid over een verkrachting die [slachtoffer] met een ander gedaan zou hebben. [slachtoffer] wist van niets en hield zich afzijdig. De ontmoeting duurde ongeveer tien minuten. Daarna zijn ze rechtstreeks naar [slachtoffer] gereden en hebben ze buiten nog een biertje gedronken. [slachtoffer] dacht daarna dat het weer goed was, maar de verdachte ging schreeuwend weg [18] .
25 april 2017plaatsvond. Toch komt de rechtbank ook tot die conclusie. Op 26 april 2017 is een huls gevonden op de [adres 1] . Uit het DNA onderzoek leidt de rechtbank af dat het het DNA van de verdachte is dat op die huls zit. De huls heeft het kaliber 6.35 mm. En dat kaliber past in de ogen van de rechtbank weer bij de afmeting van de kogel die nog in het lichaam van het slachtoffer zit. Bij radiologisch onderzoek is vastgesteld dat die kogel circa 6.9 mm moet zijn en het komt de rechtbank voor dat het verschil van .55 mm te verklaren is door mogelijke vervorming van de kogel en/of door kleine onnauwkeurigheden bij de bij het radiologisch onderzoek uitgevoerde metingen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- wijst de vordering van de benadeelde partij ( [slachtoffer] ) gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 135.935,10, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 25 april 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer ( [slachtoffer] ) van € 135.935,10, bij niet betaling en verhaal te vervangen door 365 dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 25 april 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;