Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek
- de conclusie van dupliek.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 101,89
- griffierecht 476,00
- salaris gemachtigde
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De huurder had vanaf 14 augustus 2012 een woning gehuurd die op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de periode van 7 oktober 2013 tot 7 januari 2014 door de burgemeester was gesloten. De verhuurder ontbond de huurovereenkomst op 6 januari 2014 en inspecteerde de woning op 17 januari 2014.
De verhuurder vorderde betaling van achterstallige huur, herstelkosten, servicekosten en incassokosten. De huurder voerde verweer tegen de huurbetaling over de sluitingsperiode, stellende dat hij geen gebruik kon maken van de woning en dat jurisprudentie zou bestaan die hem vrijstelt van huurbetaling tijdens sluiting volgens de Opiumwet.
De kantonrechter verwierp dit verweer omdat geen concrete jurisprudentie werd aangevoerd en omdat de sluiting een voldongen feit is waartegen de huurder bezwaar had moeten maken. Daarnaast werd geoordeeld dat de huurder verantwoordelijk blijft voor de staat van de woning en de herstelkosten, ondanks zijn detentie. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs van ontvangst van de aanmaning.
De kantonrechter veroordeelde de huurder tot betaling van €4.836,02 plus wettelijke rente en in de proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurder is aansprakelijk voor betaling van huurpenningen en herstelkosten tijdens de Opiumwet-sluiting van de woning.