Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- dagvaarding € 103,81
- griffierecht 226,00
- salaris gemachtigde 6
Rechtbank Limburg
De werknemer trad sinds september 2014 in dienst bij de werkgever met opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. In februari 2017 werd een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten met een andere naam als werkgever, terwijl de feitelijke arbeidsomstandigheden ongewijzigd bleven. De werknemer meldde zich in januari 2018 ziek en de werkgever stopte met het betalen van het volledige loon.
De kantonrechter oordeelt dat door de opeenvolging van arbeidsovereenkomsten en het verstrijken van twee jaar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. De cao Beroepsgoederenvervoer is van toepassing, die voorschrijft dat bij ziekte 100% van het laatstgenoten loon moet worden doorbetaald. De werkgever mocht het loon niet verminderen door verrekening van teveel opgenomen vakantiedagen.
De werknemer vordert betaling van het volledige loon over januari, februari en maart 2018, alsmede doorbetaling tot het einde van de arbeidsovereenkomst, inclusief een wettelijke verhoging wegens te late betaling. De kantonrechter wijst de vorderingen toe en veroordeelt de werkgever tot betaling van het loon met wettelijke verhoging en proceskosten. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van 100% loon bij ziekte met wettelijke verhoging en proceskosten.