ECLI:NL:RBLIM:2018:3822
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs voor opzettelijk bezit en vervaardiging van amfetamine
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van 4,35 kilogram amfetamine en het vervaardigen daarvan in de periode van 1 tot en met 23 december 2017.
De officier van justitie baseerde zijn vordering op verklaringen van getuigen die verdachte zagen handelen rondom de drugs en vond overeenkomsten in verpakkingsmateriaal en aangetroffen drugs in de woning en container. De verdediging voerde aan dat verdachte niet bewezen kan worden dat hij de drugs bezat of vervaardigde, mede omdat getuigen verklaarden dat anderen toegang hadden tot de woning en dat verdachte niet aanwezig was.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van verdachte over een alternatief scenario niet zonder meer ongeloofwaardig is en dat het bewijs onvoldoende is om het tenlastegelegde wettig en overtuigend vast te stellen. Er zijn onvoldoende aanwijzingen dat verdachte de drugs opzettelijk bezat of vervaardigde. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van beide feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voor opzettelijk bezit en vervaardiging van amfetamine.