ECLI:NL:RBLIM:2018:3715

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 april 2018
Publicatiedatum
18 april 2018
Zaaknummer
6665447 AZ VERZ 18-11
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verstekzaak loonvordering in verzoekschriftprocedure

Op 18 april 2018 heeft de Rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, een beschikking gegeven in een verstekzaak betreffende een loonvordering. De verzoeker, die sinds 1 augustus 2013 in dienst was bij Jan Linders BV als filiaal/teamleider, had een verzoekschrift ingediend na een ontslag op staande voet op 20 december 2017. De ontslagbrief noemde verschillende gronden voor het ontslag, maar de verzoeker betwistte deze gronden gemotiveerd. De procedure begon met de indiening van het verzoekschrift op 16 februari 2018, gevolgd door een mondelinge behandeling op 17 april 2018. Jan Linders BV was niet verschenen in de procedure, waardoor het verzoek van de verzoeker onweersproken bleef.

De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet onrechtmatig of ongegrond was en heeft het verzoek toegewezen, met uitzondering van de gevorderde buitengerechtelijke kosten, die niet onderbouwd waren. De rechtbank heeft Jan Linders veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding van € 6.000,00, een bedrag van € 1.500,00 bruto als loon, en een transitievergoeding van € 2.200,00 bruto. Daarnaast moest Jan Linders deugdelijke loonspecificaties verstrekken, met een dwangsom van € 100,00 per dag bij niet-naleving. De proceskosten aan de zijde van de verzoeker werden begroot op € 479,00, te vermeerderen met wettelijke rente. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Burgerlijk recht
Zaaknummer 6665447 AZ VERZ 18-11
Beschikking van de kantonrechter van 18 april 2018
in het verzoek van
[verzoeker] ,
wonend te [woonplaats] aan de [adres] ,
verzoekende partij,
gemachtigde mr. B. Damen
tegen
Jan Linders BV,
gevestigd te (6213 GA) Maastricht aan de Tonerseweeg 57A 02
verwerende partij,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna [verzoeker] en Jan Linders genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het op 16 februari 2018 ter griffie ontvangen verzoekschrift met producties
- de mondelinge behandeling d.d. 17 april 2018.
1.2.
Ten slotte is beschikking bepaald.

2.De feiten

2.1.
[verzoeker] is sinds 1 augustus 2013 krachtens arbeidsovereenkomst in dienst van Jan Linders in de functie van filiaal/teamleider tegen een bruto salaris van laatstelijk € 10,12 per uur exclusief vakantiegeld en overige emolumenten. Het betreft een oproepcontract voor onbepaalde tijd.
2.2.
Op 20 december 2017 heeft Jan Linders [verzoeker] op staande voet ontslagen, nadat zij hem eerder op 8 december 2017 al schriftelijk had geschorst. De ontslagbrief van 20 december (productie 8) noemt vijf ontslaggronden, variërend van het ongeoorloofd houden van pauzes tot het op camerabeelden zien lopen met “drinken” waarvan onduidelijk is of het betaald is.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] verzoekt de veroordeling van Jan Linders tot:
betaling van een billijke vergoeding ad € 6.000,00,
betaling van € 1.500,00 bruto als zijnde het loon over de termijn dat de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging had behoren voort te duren,
betaling van de transitievergoeding ad € 2.200,00 bruto,
het verstrekken van deugdelijke loonspecificaties op straffe van een dwangsom van
€ 100,00 per dag dat Lan Linders niet aan deze veroordeling voldoet vanaf de derde dag na de datum van het wijzen van deze beschikking, met een maximum van
€ 10.000,00,
5. betaling van de buitengerechtelijke incassokosten,
6. betaling van de wettelijke rente over voornoemde bedragen vanaf het opeisbaar worden tot aan de dag van voldoening,
een en ander onder verwijzing van Jan Linders in de proceskosten met rente.
3.2.
[verzoeker] betwist alle in de ontslagbrief genoemde gronden gemotiveerd. Hoewel de kop van het verzoekschrift spreekt over een vernietiging van het ontslag, wordt dit in het petitum niet gevorderd.

4.De beoordeling

4.1.
Nu Jan Linders niet in de procedure is verschenen, is het verzoek onweersproken gebleven. Nu het verzoek verder niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal dit worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde - maar naar omvang niet nader gespecificeerde - vergoeding van buitengerechtelijke kosten op geen enkele wijze is onderbouwd zodat die post zal worden afgewezen en dat de wettelijke rente eerst toewijsbaar is vanaf de datum van het verzoek nu een eerdere datum van verzuim niet is gesteld.
4.2.
Jan Linders zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Die kosten worden aan de zijde van [verzoeker] tot op heden begroot op
€ 479,00 (€ 79,00 aan griffierecht en € 400,00 aan salaris gemachtigde), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het wijzen van deze beschikking.

5.De beslissing

5.1.
veroordeelt Jan Linders om aan [verzoeker] € 6.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 tot aan de dag van voldoening,
5.2.
veroordeelt Jan Linders om aan [verzoeker] € 1.500,00 bruto te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 tot aan de dag van voldoening,
5.3.
veroordeelt Jan Linders om aan [verzoeker] € 2.200,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 16 februari 2018 tot aan de dag van voldoening,
5.4.
veroordeelt Jan Linders om aan [verzoeker] deugdelijke loonspecificaties te verstrekken waar de bedragen als genoemd onder 5.1., 5.2. en 5.3. in zijn verwerkt, zulks op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag dat Jan Linders niet aan deze veroordeling voldoet vanaf de derde dag na de datum van het wijzen van deze beschikking, met een maximum van € 10.000,00,
5.5.
veroordeelt Jan Linders tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [verzoeker] gerezen en tot op heden begroot op € 479,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na het wijzen van deze beschikking.
5.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.H.J. Otto en is in het openbaar uitgesproken.
RK