Uitspraak
4.Verweerder heeft bij het bestreden besluit zijn standpunt gehandhaafd.
11.Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
Rechtbank Limburg
Eiseres sloot op 20 mei 2016 een oproepovereenkomst met uitgestelde prestatieplicht met haar werkgever, waarbij zij alleen recht op loon had indien daadwerkelijk gewerkt werd. De arbeidsovereenkomst liep van 7 juli 2016 tot 7 oktober 2016 en werd verlengd tot 1 januari 2017. Op 27 september 2016 meldde eiseres zich ziek en vroeg zij een ZW-uitkering aan.
Verweerder weigerde aanvankelijk de ZW-uitkering per 27 september 2016 toe te kennen omdat de arbeidsovereenkomst nog liep. Eiseres stelde dat op grond van de oproepovereenkomst en artikel 7:628 BW Pro geen loondoorbetalingsplicht bestond, zodat zij recht had op ZW-uitkering.
De rechtbank oordeelde dat artikel 7:629 BW Pro de loondoorbetalingsplicht bij ziekte regelt en dat deze niet kan worden uitgesloten door contractuele bepalingen. Omdat eiseres nog in dienst was en de werkgever verplicht was loon door te betalen tot 1 januari 2017, had zij geen recht op ZW-uitkering vanaf 27 september 2016. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de ZW-uitkering vanaf 27 september 2016 wordt ongegrond verklaard.