Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 maart 2018, alsmede:
- de op 1 augustus 2017 door [slachtoffer 2] , echtgenote van [slachtoffer 1] , gedane aangifte
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
- dat hij zich moet laten begeleiden door zorginstelling Ruich, of een soortgelijke instelling voor ambulante (thuis)begeleiding of sociaal maatschappelijke zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.
7.De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het onder 1 en 2 subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren;
- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd:
(algemene voorwaarden)
(meldplicht bij reclassering)
(verplichte begeleiding)
- veroordeelt de verdachte tevens tot een taakstraf voor de duur van 200 uren;
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] ten aanzien van feit 1 toe;
- veroordeelt de verdachte (hoofdelijk) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] , wonende te Geleen, te betalen €551,68, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 2 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door deze benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op €17,76;
- bepaalt dat voor zover (een deel van) het te betalen bedrag door een of meer mededaders
- legt aan de verdachte (hoofdelijk) de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van in totaal €569,44, bij niet betaling en verhaal te vervangen door elf dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 2 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover (een deel van) het te betalen bedrag door een of meer van de mededaders - te weten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] of [medeverdachte 1] - is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] ten aanzien van feit 2 toe;
- veroordeelt de verdachte (hoofdelijk) om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] , wonende te Geleen, te betalen €635,25, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 1 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door deze benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- bepaalt dat voor zover (een deel van) het te betalen bedrag door een of meer mededaders
- legt aan de verdachte (hoofdelijk) de verplichting op tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van €635,25, bij niet betaling en verhaal te vervangen door twaalf dagen hechtenis, met dien verstande dat de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 1 augustus 2017 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat voor zover (een deel van) het te betalen bedrag door een of meer van de mededaders - te weten [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 3] of F.B.J.D [medeverdachte 1] - is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de staat te betalen;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.