Uitspraak
RECHTbANK Limburg
1.Onderzoek van de zaak
2.De vordering van de officier van justitie
3.De beoordeling
4.De beslissing
wijst afde vordering van de officier van justitie strekkende tot ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde op 27 maart 2018 de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €40.000,-, voortvloeiend uit de diefstal en ruil van de speedboten Chris Craft en Viper door verdachte. De officier stelde dat verdachte door de ruil een wederrechtelijk voordeel had genoten, ongeacht het latere teruggeven van de boot.
De verdediging betwistte dat verdachte enig voordeel had genoten, omdat de Formula speedboot waarop de gestolen boten waren geruild, niet was verkocht maar in beslag genomen en waarschijnlijk geretourneerd aan de benadeelde partij. De rechtbank stelde vast dat de Formula speedboot in België was aangetroffen en in beslag genomen, maar niet aan Nederlandse autoriteiten was overgedragen en dat verdachte geen feitelijke beschikkingsmacht over deze boot had.
Daarom oordeelde de rechtbank dat verdachte geen wederrechtelijk voordeel had verkregen en wees de vordering tot ontneming af. Dit oordeel kwam na een eerdere veroordeling van verdachte wegens diefstal van de speedboten Chris Craft en Viper. De uitspraak bevestigt dat het ontbreken van feitelijke beschikkingsmacht over het ruilmiddel essentieel is voor het toekennen van ontneming.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel af omdat verdachte geen feitelijke beschikkingsmacht over de ruilboot had.