ECLI:NL:RBLIM:2018:2654
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak witwassen wegens onvoldoende bewijs herkomst contant geld
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van het witwassen van contante geldbedragen en het omzetten daarvan in girale tegoeden en voertuigen. De officier van justitie stelde dat de verdachte en zijn echtgenote de herkomst van de contante gelden niet konden verklaren en dat het geld uit een misdrijf afkomstig moest zijn. De verdediging voerde aan dat er geen bewijs was voor een criminele herkomst en dat de verdachte een verifieerbare verklaring had gegeven.
De rechtbank onderzocht uitgebreid het bewijs, waaronder belastinggegevens, anonieme getuigenverklaringen, observaties, telefoontaps en bankgegevens. Er werd geen bewijs gevonden voor betrokkenheid bij strafbare feiten zoals weedhandel. Hoewel de verdachte niet alle geldbedragen kon verklaren, was er geen overtuigend bewijs dat het geld uit een misdrijf kwam.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de verdachte niet schuldig kon worden bevonden aan witwassen en sprak hem vrij. De uitspraak benadrukt het belang van bewijs dat het geld daadwerkelijk uit een misdrijf afkomstig is om tot een veroordeling te kunnen komen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs dat contante gelden uit enig misdrijf afkomstig zijn.