ECLI:NL:RBLIM:2018:2459

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
9 februari 2018
Publicatiedatum
14 maart 2018
Zaaknummer
C/03/245091 / KG ZA 18-11
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 555 RvArt. 556 lid 1 RvArt. 557 RvArt. 237 lid 4 RvArt. 6:119 BW
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming krakers slooppand Valkenburg binnen beperkte termijn

De Gemeente Valkenburg aan de Geul vordert in kort geding de ontruiming van meerdere appartementsrechten en gemeenschappelijke gedeelten van een slooppand dat gekraakt is. Gedaagden, die niet zijn verschenen, worden veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het vonnis te ontruimen en ontruimd te houden.

De voorzieningenrechter wijst de gevorderde machtiging aan eiseres om zelf de ontruiming met inzet van politie en justitie uit te voeren af, omdat dit exclusief het terrein is van de deurwaarder. Wel kan de deurwaarder zelfstandig politie bijstand inroepen.

De termijn voor tenuitvoerlegging tegen latere krakers wordt beperkt tot 1 mei 2018, omdat de sloop van het pand uiterlijk dan zal zijn gerealiseerd. Gedaagden worden hoofdelijk veroordeeld in de proceskosten en nakosten, met wettelijke rente bij niet tijdige betaling.

Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot ontruiming binnen drie dagen na betekening, met uitvoerbaarheid bij voorraad en kostenveroordeling.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer: C/03/245091 / KG ZA 18-11
Vonnis in kort geding van 9 februari 2018
in de zaak van
de publiekrechtelijke rechtspersoon
GEMEENTE VALKENBURG AAN DE GEUL,
zetelend te Valkenburg, gemeente Valkenburg aan de Geul,
eiseres,
advocaat mr. N. Kooistra,
tegen

1.[gedaagde sub 1] ,

wonend te [plaats] ,
2.
ZIJ DIE VERBLIJVEN in de onroerende zaak staande en gelegen,
aan de [adres 1] [plaats] of een gedeelte daarvan,
3.
ZIJ DIE VERBLIJVEN in de onroerende zaak staande en gelegen,
aan de [adres 2] [plaats] of een gedeelte daarvan,
4.
ZIJ DIE VERBLIJVEN in de onroerende zaak staande en gelegen,
aan de [adres 3] [plaats] of een gedeelte daarvan,
5.
ZIJ DIE VERBLIJVEN in de onroerende zaak staande en gelegen,
aan de [adres 4] [plaats] of een gedeelte daarvan,
gedaagden,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het exploot van de dagvaarding d.d. 10 januari 2018 met producties;
  • de brief van 19 januari 2018 van eiseres, met productie 17;
  • de brief van 26 januari 2018 van eiseres, met producties 18 t/m 20;
  • de mondelinge behandeling van 30 januari 2018 ter gelegenheid waarvan eiseres heeft overgelegd een machtiging en het originele dagblad waarin het uittreksel van het exploot bekend is gemaakt;
  • het tijdens de behandeling tegen gedaagden verleende verstek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Eiseres verzoekt de voorzieningenrechter bij vonnis, zo ver mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
1. gedaagden te veroordelen om de appartementsrechten kadastraal bekend gemeente Valkenburg (L), [kadasternummer] , lokaal bekend [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te [plaats] , alsmede de tot de desbetreffende splitsing behorende gemeenschappelijke gedeelten, binnen 48 uur na betekening van het ten dezen te wijzen vonnis, met al het hunne en de hunnen te ontruimen en ontruimd te houden, met machtiging van eiseres om bij niet tijdige ontruiming deze zelf, voor rekening van gedaagden, te bewerkstelligen door middel van een deurwaarder, desnoods met behulp van de sterke arm van justitie en politie;
2. te bepalen dat het in dezen te wijzen vonnis op de voet van artikel 557a Rv gedurende één jaar na het wijzen daarvan ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die zich ten tijde van de ten uitvoerlegging in de appartementsrechten kadastraal bekend gemeente Valkenburg (L), [kadasternummer] , lokaal bekend [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te [plaats] en/of de tot de desbetreffende splitsing behorende gemeenschappelijke gedeelten bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer zich dat voordoet;
3. gedaagden hoofdelijk, derhalve dat wanneer één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, te veroordelen in de kosten van deze procedure met de bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na dagtekening van het vonnis, wettelijke rente is verschuldigd;
4. gedaagden hoofdelijk, derhalve dat wanneer één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, te veroordelen in de nakosten als bedoeld in artikel 237 lid 4 Rv Pro tot een bedrag van € 131,00 zonder betekening, verhoogd met een bedrag van € 68,00 ingeval van betekening, met bepaling dat, als deze kosten niet binnen zeven dagen na de dagtekening van het in dezen te wijzen vonnis worden voldaan, daarover vanaf de achtste dag na betekening van het vonnis wettelijke rente is verschuldigd.
2.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen, met dien verstande dat de gevorderde machtiging van eiseres om de ontruiming zo nodig zelf, met inroeping van de sterke arm, uit te doen voeren, wordt afgewezen. Uit artikel 556 lid 1 Rv Pro volgt dat eiseres de ontruiming niet zelf ter hand mag nemen en dat gedwongen ontruiming het exclusieve terrein is van de deurwaarder. Eiseres heeft voldoende aan een vonnis om de deurwaarder te mogen inschakelen, indien gedaagden niet vrijwillig tot ontruiming overgaan. Voorwaarde is dat het vonnis door de deurwaarder aan gedaagden wordt betekend en dat aan gedaagden overeenkomstig het bepaalde in artikel 555 Rv Pro bevel wordt gedaan om binnen drie dagen te ontruimen. De deurwaarder zelf behoeft geen rechterlijke machtiging om bevoegd te zijn de hulp van de sterke arm van politie en justitie in te roepen indien de deuren gesloten zijn, of de opening geweigerd wordt. Die bevoegdheid ontleent hij immers rechtstreeks aan artikel 557 Rv Pro, waarin artikel 444 Rv Pro van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Voorziet de deurwaarder problemen bij de ontruiming, dan kan hij op grond van artikel 3 Politiewet Pro - zonder dat daartoe een machtiging van de rechter nodig is - bijstand van de politie inroepen.
2.3.
De voorzieningenrechter ziet ook aanleiding de tenuitvoerleggingstermijn ten aanzien van latere krakers te beperken tot 1 mei 2018 aangezien eiseres heeft gesteld dat de sloop van de panden (gelegen aan de [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] [plaats] ) uiterlijk op die datum zal zijn gerealiseerd. Indien dat niet het geval is, is er in geval van een herkraak reden voor een nieuwe rechterlijke beoordeling van de wens om tot ontruiming over te gaan.
2.4.
Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:
- dagvaarding € 99,91
- griffierecht € 626,00
- salaris advocaat €
527,00
totaal € 1.252,91.
2.5.
De rente en de nakosten worden toegewezen, zoals nader in het dictum wordt bepaald.

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt gedaagden om binnen drie dagen na betekening van dit vonnis de appartementsrechten kadastraal bekend gemeente Valkenburg, [kadasternummer] , lokaal bekend [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te [plaats] , alsmede de tot de desbetreffende splitsing behorende gemeenschappelijke gedeelten, met al het hunne en de hunnen te ontruimen en ontruimd te houden,
3.2.
bepaalt dat dit vonnis tot 1 mei 2018 ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging in de appartementsrechten kadastraal bekend gemeente Valkenburg, [kadasternummer] , lokaal bekend [adres 1] , [adres 2] , [adres 3] en [adres 4] te [plaats] en/of de tot de desbetreffende splitsing behorende gemeenschappelijke gedeelten bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,
3.3.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, derhalve dat wanneer één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure, aan de zijde van eiseres begroot op € 1.252,91, vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, over dit bedrag met ingang van twee weken na betekening van het vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagden hoofdelijk, derhalve dat wanneer één betaalt de anderen zullen zijn bevrijd, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, vermeerderd, onder de voorwaarde dat gedaagden niet binnen twee weken na aanschrijving aan het vonnis hebben voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en vermeerderd met de wettelijke rente, als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, over de nakosten met ingang van twee weken na de betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken