ECLI:NL:RBLIM:2018:2331
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.H. Dethmers
- V.P. van Deventer
- J.M.G. Gunsing
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs van ontucht met pleegdochter
De rechtbank Limburg behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van langdurige ontucht en verkrachting van zijn minderjarige pleegdochter. De officier van justitie baseerde haar vordering op de aangifte van het slachtoffer, getuigenverklaringen en een spermaspoor op een deken.
De verdediging voerde aan dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was, wijzend op tegenstrijdigheden in verklaringen, onbetrouwbare getuigen en alternatieve verklaringen voor het spermaspoor. Ook werd een mogelijk motief voor valse aangifte aangevoerd.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er aangifte en ondersteunende verklaringen waren, er ook aanwijzingen waren die twijfel zaaiden over de betrouwbaarheid van het bewijs. De aanwezigheid van sperma op een verplaatsbaar object kon op andere wijze zijn gekomen en de verklaringen van het slachtoffer vertoonden inconsistenties.
Gezien deze twijfel sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Dethmers en rechters Van Deventer en Gunsing op 13 maart 2018.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van ontucht en verkrachting van zijn pleegdochter.